Een mens moet plichtsgetrouw moederen. Zo hoort het.
We hebben daarom vanavond Verne verplicht een koffielepel tomatensaus te proeven.
Draai daar spaghetti in en hij herkent het, maar zo puur is dat ineens 'nieuw'.
En nieuw equals bang.
Every. Single. Time.
Wat gepampel en gestimuleer bleven zonder resultaat.
Wat boos worden: njet.
Echt boos worden: njet.
Terug psycholomama spelen: dubbel njet.
Ondertussen dikke tranen, biggelend van wang naar vleesbrood.
Dat, en je eigen bord koelt af. Bij mij moet het leven vooruit gaan.
Dus na een kordate: "Als dat hier nog lang duurt worden het twee lepels Verne. Het is maar saus.", was het euvel verholpen.
Zou je denken althans.
Na een korte stilte: "Ik wou dat ik anders was mama."
Nauwelijks verstaanbaar tussen de inmiddels droge snikken door.
Hij meent dat dan, dat verdraag ik niet.
"Hoe bedoel je pateeke?"
"Gewoon anders, niet zo. Gelijk Jasper. Dat ik vanzelf wel graag groentjes eet."
Dus ik steek geschrokken een monoloog over diversiteit af. (Als ik vertrokken ben, blijf ik gaan.)
Dat hij zoveel wel kan en Jasper die dingen net niet. En dat dat zo mooi samen past.
Dat papa de dingen die mama niet kan, doet. En omgekeerd.
En dat we van de dingen die we samen goed kunnen dan onze hobby's maken.
Dat 'iedereen anders' net goed is en dat ik zo trots ben op hem.
Dat hij zo flink gelopen heeft in de loopwedstrijd vandaag bijvoorbeeld.
"Maar neen mama, ik was de voorlaatste."
*Zucht*
Over competitiesport kan ik ook een lezing afsteken. Maar dat was het nu vandaag net niet.
Rang noch stand maakten uit, als je maar meedeed.
En toch registreert dat hoofdje dat.
Zijn zwaktes.
Terwijl de sterktes zo veelvuldig prominent aanwezig zijn.
Mijn eerste leerjaarskind. Mijn nadenker.
Verstand te over.
Maar weerbaarheid? Zelfzekerheid?
We werken eraan.












